Achteraf gezien hadden we dit niet moeten doen.
Het is heerlijk op het water.
Thushara helpt mee met roeien.
Met een tussenliggende wandeling van 300 meter verruilen we de ossenkar voor een bootje waarmee we over het Habarana meer varen. Een mooi meer vol met waterlelies en plompebladeren waar onze schipper voor ons beiden een muts van maakt. Met een peddel wordt de boot voortgestuwd en op een gegeven moment pakt Thushara een tweede peddel om onze schipper wat te helpen.
Het is lekker op het water en we vinden het tochtje heel ontspannend en rustgevend.
Na een kleine drie kwartier genieten komen we aan bij de steiger van Hiriwadunna Village, een klein dorpje waar we een zeer uitgebreide lunch krijgen en ons wordt getoond hoe het een en ander van dit eten klaar gemaakt wordt. Leuk om te zien dat alles gekookt en opgedient wordt in potten van klei, net als de bordjes die we gebruiken.
Met hetzelfde bootje varen we aansluitend naar de overkant van het water waar een tuk-tuk klaarstaat die ons in vijf minuten terugbrengt naar de wagen van Thushura waarna we terugrijden naar de lodge.
Een heel simpel keukentje.
Onze lunch staat klaar.
Met de tuk-tuk weer terug naar het beginpunt.
Bij 'thuiskomst' trek ik meteen mijn bergschoenen aan om samen met Thushara een wandeling te maken door een bos waar nog steeds archeologische vondsten worden gedaan. In een klein half uurtje komen we in een gebied waar we een kleine twee uur rondwandelen. Nou ja, wandelen? Het is meer klimmen en klauteren waarbij we langs de restanten komen van Stupa's en kloosters. Eén van de stupa's, gebouwd zo'n 100 jaar voor onze jaartelling is in de 10e eeuw opgeknapt en in de periode daarna toch weer in verval geraakt.
Thushara wil mij de 'blackwater pond' laten zien, de waterpoel waar het bos naar vernoemd is. In alle richtingen doorkruizen we het bos, steken waterstroompjes over en beklimmen heuvels, maar nee hoor, geen poel. Ik heb er moeite mee, mijn verkoudheid begint me toch parten te spelen en vooral klimwerk gaat me slecht af. Als we dan besluiten dat het voor vanmiddag genoeg geweest is passeren we toch nog het waterplasje. Aan de kleur van het water zie je goed waar de naam vandaan komt. Het is absoluut geen toeristische attractie en de enige foto die ik er maak is van een klein schildpadje dat er zijn thuis heeft.
De oudste stupa van het land gemaakt met losse stenen.
Je denkt aan wortels, maar het is de groeiwijze van de boom.
Rond vijf uur zijn we terug in de lodge waar blijkt dat Ans de middag lekker bij het zwembad heeft doorgebracht.
Nadat we beiden een douche genomen hebben gaan we naar het restaurant waar we deze keer heerlijk eten. Het diner was speciaal voor ons bereid zonder de gebruikelijke hete kruiden. Echt lekker.
We maken nog even gebruik van de wifi in het restaurant waarna we op de kamer een bakje koffie zetten, de koffers klaarzetten voor ons vertrek morgen en ook nu weer vroeg op bed liggen.